Mijn onderzoek is gemotiveerd door grote vragen (wat doen we met taal? wat doet taal met ons? waarom zijn talen zoals ze zijn?), maar neigt naar onderwerpen die ogenschijnlijk aan de grenzen van de taalwetenschap liggen — met als gevolg dat die grenzen zelf ter discussie komen.

Dat is te zien in verschillende onderzoekslijnen. De eerste richt zich op sociale interactie en universele patronen in de ongeschreven regels van de taal. Onze vondst van een universeel woord (‘hè?’) werd wereldnieuws, maar is slechts één onderdeel van een groter onderzoeksprogramma naar de relatie tussen taal en sociale interactie. Elk gesprek staat of valt met dit soort kleine woordjes, en we zijn nog maar net begonnen de consequenties ervan in kaart te brengen. Zie publicaties over sociale interactie.

Een andere onderzoekslijn kijkt naar iconiciteit, of hoe woorden en gebaren betekenis kunnen suggereren. Mijn werk op dit vlak laat zien waarom sommige woorden makkelijker te leren zijn dan andere, en hoe het werkt om ‘in geuren en kleuren’ te vertellen. Om dit uit te zoeken doe ik experimenten in Nederland en Japan, maar ook veldwerk in Ghana. Zie publicaties over iconiciteit.

Een derde onderzoekslijn is synesthesie, of hoe onze zintuigen met elkaar verweven zijn. In het Groot Nationaal Onderzoek vonden we dat iedereen, synestheet of niet, dezelfde verbanden legt tussen klinkers en kleuren (zo is “aa” vaak rood en “ie” lichter dan “oe”). Dat soort associaties zijn een soort contrastvloeistof waarmee we kunnen zien hoe spraak verwerkt wordt in het brein. Zie publicaties over synesthesie.

Verweven met deze onderwerpen is een focus op fundamentele wetenschap. Voor een beter begrip van taal en de mens zijn ook nieuwe methoden en theorieën nodig. Daarom probeer ik vaak nieuwe methoden uit, werk ik theoretische implicaties in detail uit, en werk ik volgens open science principes: ik probeer zo te werken dat anderen er op optimaal voort kunnen bouwen. Zie publicaties over theorie.

Publicaties

Veel van mijn werk verschijnt in internationale, Engelstalige vakbladen. Een volledige lijst is te vinden op mijn Engelstalige site. Soms schrijf ik ook over mijn onderzoek in het Nederlands. Een paar voorbeelden vind je hieronder.

Dingemanse, M. (2015, November 23). Emoji’s: waarom we taal en schrift niet moeten verwarren. Retrieved from Neerlandistiek website: https://www.neerlandistiek.nl/2015/11/emojis-waarom-we-taal-en-schrift-niet-moeten-verwarren/ PDF
Dingemanse, M., & van Leeuwen, T. M. (2015). Taal als samenspel van de zintuigen. Onze Taal, 12, 344–345. PDF
Dingemanse, M., & Enfield, N. J. (2014). Ongeschreven regels van de taal. EOS Psyche & Brein, 6, 6–11. PDF
Dingemanse, M. (2014). Welk woord is in elke taal hetzelfde? In Waarom drinken we zoveel koffie? 101 slimme vragen (pp. 159–161). Amsterdam: Kennislink. PDF
Dingemanse, M. (2012). Kleurt taal je wereldbeeld? Over de relatie tussen taal en denken. In M. Boogaard & M. Jansen (Eds.), Taalcanon (pp. 209–211). Amsterdam: Meulenhoff. PDF

De Taalcanon heeft van mijn hoofdstuk over “Kleurt taal je wereldbeeld?” ook een animatiefilmpje gemaakt:

Taalcanon: Kleurt taal je wereldbeeld?

Prijzen

Mijn onderzoek is bekroond met verschillende prijzen en eervolle nominaties:

  • Heineken Young Scientist Award in Humanities voor “outstanding work that sets an example for young scientists” (2020)
  • Radboud Science Award voor wetenschappelijke doorbraken, met Tessa van Leeuwen (2020)
  • Nominatie New Scientist Wetenschapstalent 2017 (top 25 junior wetenschapstalenten in NL)
  • Ig Nobel prize (“for research that first makes you laugh, then think”), voor onze ontdekking dat ‘Hè?’ waarschijnlijk een universeel woord is (2015)
  • Eervolle vermelding LOT-popularisingsprijs (2014)
  • Otto Hahn Medal van de Max Planck Gesellschaft “for outstanding scientific achievements” (2013)
  • AVT/Anéla Dissertatieprijs voor het beste taalkundige proefschrift (2012)

Meer details over mijn onderzoek zijn te vinden in mijn CV.